financiele steun
Home ] Remonter/Boven ]

Externe steun voor het beheer van het cultureel onroerend Patrimonium
Beheer van de grote eigendommen en duurzame ontwikkeling

Het cultureel belang van het bouwkundig en natuurlijk patrimonium hoeft geen betoog. Allen zijn we ervan bewust dat de monumenten, getuigen uit onze geschiedenis, en de natuurgebieden , schuilplaats van de biodiversiteit, dienen te worden bewaard. Het behoud van de ecologische biodiversiteit is noodwendig voor het onderwijs, het wetenschappelijk onderzoek en zijn toepassingen inzake gezondheid, landbouw ,veeteelt en op economisch en sociaal vlak.

Of het nu openbare of privégoederen betreft, we moeten de nodige middelen aanwenden om voor de toekomende generaties het behoud van dit patrimonium te vrijwaren.

We gaan uit van de stelling dat sommige eigendommen deel uitmaken van een gemeenschappelijk patrimonium, waartegenover de openbare overheden en de eigenaars rechten en plichten hebben.

In het besef van de grote moeilijkheden die sommige eigenaars kennen om deze grote eigendommen te onderhouden en te restaureren, buigen we ons hier over dit bijzonder probleem. Het onderhoud van deze eigendommen is kostelijk. De lasten worden niet meer gedekt door de ontvangsten. Om de successierechten te kunnen betalen zien de erfgenamen zich verplicht een gedeelte van de eigendom te verkopen, te verkavelen, te ontbossen, …

De eigenaars die dergelijke problemen kennen zouden namelijk moeten kunnen aanspraak maken op fiscale tegemoetkomingen of op een externe financiële bijdrage.

Overwegende dat het duurzame behoud van deze grote eigendommen de bescherming van het gemeenschappelijk patrimonium in de hand werkt, dringt zich ter zake een deelname op van de openbare overheden alsook van de verenigingsmiddens en het publiek in het algemeen.

In verhouding tot de wetsbepalingen toepasselijk in Engeland, Nederland, groothertogdom Luxemburg, Duitsland, de Verenigde Staten, Canada, … staat België inzake het toekennen van financiële stimulansmiddelen heel wat achter op deze landen.

In Nederland, staat de "Natuurschoonwet" van 1928 aan de eigenaars van onroerende goederen fiscale vrijstellingen toe, die kunnen 100% belopen van de grondbelasting en van de successierechten, op voorwaarde dat het goed toegankelijk is voor het publiek; als tegenprestatie zijn de eigenaars verplicht het landschap in stand te houden. Bovendien, kan volgens de wet van 1968 voor het behoud van de natuur, het ecologisch beheer van een grond worden gesubsidieerd of een extensief landbouwbeleid in vochtige gebieden worden gesteund. De geklasseerde landschappen en natuurgebieden zijn vrijgesteld van de grondbelasting.

In Groot-Brittannië worden, krachtens de wet van 1984 op het transfer van kapitalen, de gronden met een uitzonderlijke esthetische, historische of wetenschappelijke waarde van belasting vrijgesteld, als het onderhoud en het bewaren van hun eigenschappen worden verzekerd.

De gronden met een grote waarde voor het behoud van de natuur of het landschap zijn vrijgesteld van de successierechten (komen in aanmerking meer dan 60.000 Ha. die worden beheerd volgens een plan goedgekeurd door English Nature of door de Countryside Commission).

In het groothertogdom Luxemburg is 60% van de waarde van de goederen te behouden in het algemeen belang, vrijgesteld van de jaarlijkse belasting op het netto activa.

In de Bondsrepubliek Duitsland zijn de groene ruimten en de goederen toebehorend aan openbare rechtspersonen en die van openbaar belang zijn, vrijgesteld van de grondbelasting. De wouden worden slechts ten belope van 1% van hun reële waarde in rekening gebracht en het landbouwpatrimonium à rato van 5%.

In Spanje, zijn de bossen en wouden, die bestaan uit bomen met een trage groei, vrijgesteld van de grondbelasting.

In de Verenigde Staten kunnen, in het raam van de fiscale wetgeving en van de wetten van kracht in heel wat Staten, de eigenaars van vochtige gebieden die door dezen worden geschonken aan een openbare instelling voor hun behoud en bescherming, de waarde van de schenking in mindering brengen in hun belastingaangifte. In sommige Staten en Gemeenten is het mogelijk voor de belasting op de eigendommen, percelen in vochtige gebieden te schatten op een verminderde waarde. In Minnesota werd de belasting afgeschaft wat betreft de vochtige gebieden en hun in stand houding als natuurgebied geeft recht op een belastingvermindering. Vrijstellingen van successierechten worden toegestaan als er een ecologisch beleidscontract werd afgesloten met een vereniging ter bescherming van de natuur.

In Canada, in de Staat Ontario, zijn de gebieden met een natuurlijke en wetenschappelijke waarde vrijgesteld van de grondbelasting, op voorwaarde dat zij in hun natuurlijke staat worden behouden.

In Italië zijn sinds 1991 aftrekbaar van het belastbaar bedrag, de schenkingen of de uitgaven m.b.t. het behoud en de restauratie van goederen, die vallen onder toepassing van het Besluit genomen in 1939 ter bescherming van "natuurschoon".

De overeenkomsten inzake beleid (Management agreements) zijn contracten gesloten tussen een openbare overheid of een instelling voor het behoud van het patrimonium en een eigenaar die er zich toe verbindt zijn grond te onderhouden op een bijzondere wijze, en dit als tegenprestatie voor regelmatige betalingen te zijnen gunste of – wat zeldzamer is – voor een eenmalige storting die hem wordt gedaan van een bepaalde som.

Dergelijke overeenkomsten bestaan in Zwitserland, Groot-Brittannië, Duitsland, Nederland, Australië en de Verenigde Staten.

In verschillende buurlanden bestaan er gespecialiseerde instellingen voor het behoud van het onroerend patrimonium:

In Engeland, kan "Nature Conservancy" kopen en nadien verkopen aan een federale of statale instelling. "National Trust" kan voor hun behoud goederen kopen, overeenkomsten afsluiten met de eigenaars van gronden en met hun opvolgers, mits het verlenen van bijstand en het toestaan van belastingverminderingen. De "National Trusts" zijn vrijgesteld van grondbelastingen, successierechten en, wat betreft de schenkingen en legaten, van belastingen op de opbrengst van kapitalen (voor de eigenaars van privé-gronden is het een aanzienlijke stimulans om deze over te dragen aan de Trusts). Gronden, monumenten, kunstwerken kunnen alzo in plaats van te worden belast het voorwerp uitmaken van een nalatenschap. National Trusts beschermdt ongeveer 300.000 Ha in eigendom en 35.000 Ha mits overeenkomsten.

In Nederland verstrekt de Regering een belangrijke steun aan de "Natuurmonumenten" voor het aankopen en restaureren van natuurgebieden.

In Frankrijk koopt het "Conservatoire du Littoral et des Espaces lacustres" gronden aan voor hun bescherming.

Wat is de situatie in België?

In het Vlaams Gewest:

De "Stichting Vlaams Erfgoed" (S.V.E.), in het leven geroepen door de Vlaamse overheden, is een V.Z.W. met als voornaamste doelstelling het aanwerven, het restaureren, het onderhouden en het beheren van monumenten en landschappen met problemen.

Andere doeleinden zijn de promotie van monumenten en landschappen toegankelijk voor het publiek, het steunen van verenigingen voor het behoud van het lokale patrimonium en het organiseren van sensibiliseringsactiviteiten. In Engeland groeperen de personen, die zich interesseren voor het onderhoud van monumenten, zich in de Engelse en Schotse National Trusts. De financiering wordt voornamelijk gedekt door de bijdragen van de leden, door legaten en schenkingen fiscaal aftrekbaar. De Trusts zijn onafhankelijk van de overheden. Ze genieten van geen vaste betoelagingen (maar wel van aan een project gebonden toelagen). In de S.V.E. heeft het Vlaams Gewest evenwel een meerderheidsvertegenwoordiging op de Algemene Vergadering. Zetelen er eveneens afgevaardigden van de overheden bevoegd voor het beleid van de monumenten en landschappen. De financiering berust vooreerst bij het Vlaams Gewest en de Koning Boudewijnstichting. De S.V.E. haalt nog andere inkomsten uit de verkoop van publicaties, de algemene sponsoring of de sponsoring uit de middens van de ondernemingen voor een bijzonder project, uit gelden komend van monumenten en landschappen in eigen beheer.

Krachtens het Decreet van 16/4/1996 van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap ter Bescherming van Landschappen wordt een Beleidscommissie voor de Beschermde landschappen benoemd die belast is met het opmaken van een beleidsplan. Voor het uitwerken van het beleidsplan wordt een premie uitgekeerd, die is samengesteld uit bijdragen van het Gewest, de betrokken Provincie(s) en de Gemeente(n); ze wordt toegestaan aan de instantie of de persoon die in akkoord met de eigenaars of de houders van reële rechten de werken uitvoert.

Voor het opmaken van het beleidsplan bedraagt de tussenkomst van het Gewest 80%, met een maximum van 800.000fr. Voor de onderhoudswerken staat het Gewest 40% toe, voor de restauratie- en verbeteringswerken: het Gewest 25%, de Provincie en de Gemeente elk 7,5%. Voor ontsluitingen, opzoekingen en verrichtingen m.b.t. het verstrekken van informatie, geeft het Gewest 20%. Als de aanvrager een V.Z.W. is met als doelstelling het behoud, het onderhoud, het beheer van het landschap, wordt de tussenkomst verdubbeld.

In het Waals Gewest :

Het Besluit van de Waalse Regering d.d. 29/7/93 inzake subsidiëring van werken voor het behoud van beschermde monumenten:

Geldelijke tussenkomsten zijn voorzien (van het Waals Gewest, de Provincie en de Gemeente) voor de onderhouds- en restauratiewerken van beschermde goederen. Het percentage voor de tussenkomst van het Waals Gewest is afhankelijk van het type van de werken, hun bestemming en hun opnemen op de lijst van het uitzonderlijke Patrimonium.

Voor de beschermde monumenten: 60% van de kostprijs van de werken en studiekosten; 80% van de kostprijs van de werken en studiekosten, als het geïntegreerde behoudswerken betreft en als de voornaamste bestemming van het gebouw van algemeen belang is. Als het monument vermeld staat op de lijst van het uitzonderlijk onroerend Patrimonium: 95% van de kostprijs van de werken en studies. Zo het beschermde monumenten betreft die deel uitmaken van een gebouw (al dan niet beschermd), zoals schilderijen, muurdecoraties, glas-in-loodramen… en die een uitzonderlijke documentaire of artistieke waarde hebben : 95% van de kostprijs van de behoudswerken. Ten slotte, beloopt de subsidie 100% voor de kosten van benodigdheden, uitvoeringsmiddelen en bijkomende dienstverleningen inzake renovatiewerken aan monumenten met een archeologische en wetenschappelijke waarde, als ze worden uitgevoerd door de titularis van een reëel recht of door vrijwilligers die optreden in naam van de eigenaar, of door technische diensten van de openbare overheid die eigenares is van het goed. Een buitengewone bijdrage in de kosten van de dringende conservatoire maatregelen kan worden toegestaan ten bate van een beschermd monument, o.a. in geval van ontwatering-,stabilisatie- en consolideringswerken, of voor maatregelen die in afwachting van behoudswerken worden genomen om vandalisme of diefstal te voorkomen.

De Wet d.d. 4/6/97 (Staatsblad van 30/7/97) wijzigend artikel 104, 8° van het Wetboek van de Belastingen op de inkomsten 1992, ter bescherming van cultureel onroerend patrimonium:

Krachtens artikel 2 worden in artikel 104, 8°, van het Wetboek van de Belastingen op de inkomsten 1992, de woorden "250.000 fr." vervangen door de woorden "1.000.000 fr.". Bijgevolg, is sinds die datum de helft – met een maximum van 1.000.000fr. – van het gedeelte van de uitgaven gedaan door de eigenaar en dat niet gedekt is door de subsidie, aftrekbaar van de belastbare inkomsten. Het betreft werken die het voorwerp uitmaken van het voorafgaand gunstig advies en die erkend werden als zijnde conform door de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen. De gebouwen en landschappen dienen officieel te worden beschermd; ze kunnen niet verhuurd worden en moeten toegankelijk zijn voor het publiek.

Het Decreet van het Waals Gewest d.d. 1/4/99 inzake het behoud en de bescherming van het Patrimonium heeft als doelstelling het geïntegreerd bewaren van het onroerend patrimonium (monumenten, landschappen, archeologische sites,…).

Het Gewest heeft een tegemoetkoming in de uitgave voor de werken m.b.t. het behoud van het patrimonium alsook in de kosten van een eventuele voorafgaande expertise.

Het Gewest, de Provincie en de betrokken Gemeenten dragen bij in de restauratiekosten van beschermde goederen alsook in de studiekosten. Als het Gewest de restauratiekosten subsidieert van een goed dat werd opgenomen op de lijst van het uitzonderlijk Patrimonium kan ze een raamakkoord sluiten met de bouwheer.

Het Decreet kondigt het oprichten aan van een "Institut du Patrimoine Wallon" (instelling van algemeen belang met rechtspersoonlijkheid). Dit instituut heeft namelijk als opdracht het beheer van te renoveren beschermde goederen. (Het kan zich o.a. het goed toe-eigenen of de eigenaar bijstaan in het beheer en de onmiddellijke bescherming in de hand werken door het uitvoeren van dringende werken. Het kan het goed verkopen, verhuren, …).

De inkomsten van het Instituut bestaan uit:

- jaarlijkse toelagen van het Waals Gewest voor de werkings-, onderhouds- en studiekosten, en de uitgaven voor werken;

- het product van financiële, roerende of onroerende verrichtingen;

- schenkingen en legaten.

Spijtig genoeg komen enkel de monumenten in aanmerking voor deze beschikkingen.

Een Besluitontwerp van het Waals Gewest ter subsidiëring van de beschermde landschappen werd geformuleerd in 1994. In 1995 is men gestart met een modelbeleidsstudie voor negen landschappen.

Het Decreet van het Waals Gewest d.d. 6/12/2001 (Staatsblad van 22/1/2002) m.b.t. het behoud van ‘sites Natura 2000’ en van de wilde fauna en flora:

Volgens art. 10 ("Des Sites Natura 2000") is de Waalse Regering gemachtigd om het actieve beheer van een "site Natura 2000" te bevorderen, door het toekennen van toelagen aan de natuurlijke en rechtspersonen die werden aangewezen voor het uitvoeren van een contract. In art.16 wordt art. 253 van het op 10/4/92 gecoördineerd Wetboek van de belastingen op de inkomsten, aangevuld als volgt: "6°- onroerende goederen gelegen in het Waals Gewest en aangewezen als ‘sites Natura 2000’, natuur- of bosreservaten".

In art. 17: een art. 55bis, waarvan hierna de tekst, wordt ingevoegd in het Wetboek van de Successierechten : "Art. 55bis §1. Wordt vrijgesteld van de successierechten de waarde van de onroerende goederen aangewezen als ‘sites Natura 2000’ en die bekendstaan als zijnde gelokaliseerd in het Waals Gewest". §2 …".

Onze voorstellen ter verbetering van het systeem van toekenning van externe steun voor het onderhoud, het beheer en de restauratie van landschappen en monumenten :

De onroerende goederen, die deel uitmaken zowel van het Natuurlijk Patrimonium van wetenschappelijk en cultureel belang als van het bouwkundig en historisch Patrimonium dienen, ondanks hun lage rendabiliteit te worden onderhouden en beheerd. Het is essentieel voor het bewaren van hun eigenschappen - die op de een of andere wijze zichtbaar of toegankelijk zijn voor het publiek - dat ze worden vrijgesteld van de grondbelasting alsook van de successierechten, zoals dit reeds het geval is voor de ‘sites Natura 2000’.

Om de wetenschappelijke, culturele, bouwkundige, historische en landschapswaarde te garanderen zou men moeten overgaan tot het verklaren tot beschermd landschap of monument, tot het toekennen van het statuut van natuurreservaat, bosreservaat, vochtig gebied van biologisch belang, onderaardse uithollingen met een wetenschappelijke waarde, kerngebied van een Europese Vogelrichtlijngebied , natuurgebied aangewezen in de bijlagen bij de Europese richtlijn "Habitat". In tal van wetenschappelijke publicaties (databanken, inventaris CORINE, de inventaris van de vochtige gebieden met een biologische waarde, de inventaris van het monumentaal Patrimonium van België, …) zijn er inzake biologie, bouwkunde en geschiedenis voldoende gegevens voor handen, die deze maatregelen verrechtvaardigen.

De gronden met een grote biologische waarde zouden het voorwerp moeten uitmaken van schenkingen aan het Gewest, ter betaling van de successierechten (geving). Ofwel zouden deze schenkingen kunnen worden afgetrokken van het belastbaar bedrag inzake de belasting op de inkomsten. Voor de schenkingen ter betaling van taksen, zou de vermindering kunnen gespreid worden over verschillende jaren.

Er dient een dienst te worden opgericht die met raadgevingen en logistieke steun de eigenaars van dergelijke goederen zou bijstaan. Hij zou ze de nodige inlichtingen kunnen verstrekken en ze helpen in hun stappen tot het bekomen van toelagen, belastingvrijstellingen, milieu-agrarischpremies of andere, toelagen voor de beheer- of restauratiekosten…

Het ‘Institut du Patrimoine wallon’ zou voor de landschappen dezelfde voordelen moeten toestaan als deze nu toegekend voor de monumenten.

Het zou eveneens aangewezen zijn, naar het model van de "Management agreements", een systeem vast te stellen van overeenkomsten af te sluiten met de eigenaars van deze goederen (bijvoorbeeld om niet te draineren, om het milieu, de plantengroei niet te wijzigen).

Dr. Jacques Sténuit
Mede-voorzitter

 

Home ] ecolog.netwerk ] [ financiele steun ] Nieuws ]